Vingeren of stoppen

Ik opende vanmorgen de gordijnen en wist dat het weer mis was. Rond de kozijnen hingen grote brokken sneeuw. De auto’s waren wit en er stonden er meer op de parkeerplaatsen dan op een normale woensdagochtend. Nederland staat weer vast. En een deel van Nederland blijft daarom lekker thuis.

Omdat ik ’s ochtends college heb stap ik met frisse tegenzin voorzichtig de kou in. Het is niet erg glad, maar toch glijden mijn schoenen soms weg in de sneeuw. Toch bereik ik zonder veel moeite de bushalte. Vele auto’s rijden in een gematigd tempo mijn neus langs. De vrouw in het buishokje verschuilt klappertandend haar kin in haar jas. Met mijn trillende handen is het moeilijk de krant te lezen. Om toch met iets bezig te zijn schrijf ik met een pen de letters T U op de achterkant van de krant. Wensend dat de buschauffeur zal aanvoelen dat ik op hem zit te wachten. Vervolgens klem ik de krant tegen mijn zij aan. De vrouw klappert nog steeds.

Zo staan we daar een half uur, zonder een bus te zien. Teleurgesteld staakt de vrouw de strijd en loopt weg. Ik heb ondertussen alle vertrektijden van deze halte uit mijn hoofd geleerd en loopt door naar de volgende bushalte. Daar staat een vrouw die hardnekkig blijft wachten tot de bus echt komt. Ze is met de vorige sneeuwstorm al eens wezen lopen naar haar winkel in Delft maar vond dat wel erg vermoeiend.

Er komen een hoop auto’s langs maar de bus blijft uit. Mijn krant in mijn rechterhand hou ik met de letters TU gericht op de stroom auto’s. Eerst tegen mijn been aan gedrukt, later met gestrekte arm richting de weg. Sommige bestuurders trekken lachend hun schouders op. Anderen fronsen hun wenkbrauwen en buigen iets voorover, alsof ze niet kunnen lezen wat er staat. Weer anderen zijn te druk met hun zonnebril, telefoon of kijken afkeurend naar het snot dat ze uit hun neus hebben gevingerd.

Al pratend met de vrouw en met de krant in mijn gestrekte arm duurt het een kwartier voordat eindelijk een auto stopt. Een vriendelijke Fransman in een Zwitserse auto gebaart dat ik even moet doorlopen naar de afslag waar hij stopt.

Hij werkt op de TU en vond het geen moeite om mij op te pikken. Hij vertelde dat hij zelf een maand lang geen gebruik van zijn kapotte auto kon maken en dus was veroordeeld tot de bus. Ook hij wachtte geregeld tevergeefs op de bus en realiseerde nu pas zich dat hij eindelijk ook had moeten liften. Liften is denk ik zó jaren zeventig dat iedereen vergeten is hoe spannend, sociaal en tijd-effectief het kan zijn.

Na een gezellige reis zette hij me op de campus af en kwam ik zelfs nog op tijd voor het tweede uur. Ik ben vaak met mensen meegereden maar op deze manier een lift met een onbekende regelen had ik nog niet eerder gedaan. En het voelde goed.

En zo blijkt maar weer: je kan beter vertrouwen op onze buitenlandse medeburgers dan op de bussen van Veolia en de Nederlandse Jan Snot in zijn auto.

      

Recent articles

Blijf omkijken - 3 October 2012

Ben jij er al uit? - 4 October 2010

Reactie op een column - 7 April 2010

Vingeren of stoppen - 10 February 2010

Hoe veilig is muziek? - 14 January 2010