Van Pruijssers tot Shiven

Helemaal zen naar een IM-norm

Vladimir Epishin is een dankbaar onderwerp aan de bar van de schaakclub in Amersfoort. Het gaat niet om zijn partijen -die interesseren mijn clubgenoten niet- maar om zijn optreden bij het open kampioenschap van Utrecht, een paar jaar terug. De gezette Rus, met zijn norse walrusgezicht, probeerde het hele weekend de witte lijnen in de sporthal te volgen. Daarbij niet afwijkend als er een obstakel op de lijn stond -zoals een iele schaker- en enkel vaart minderend als zijn broek omhoog gehesen moet worden, om de route dan weer volautomatisch te vervolgen. 
Dat sommige schaakprofs zo in hun eigen wereldje kunnen leven. Ik kon het me niet voorstellen.

 
In tegenstelling tot Epishin ben ik een vrolijke amateur en het kersttoernooi van Groningen zou voor mij een grote vakantie worden. Ik zou een bezoek brengen aan de Martinitoren en het Groninger museum, ik zou zwerven over de Grote Markt en uitgaan in elke hippe kroeg, waar ik tot zonsopgang zou blijven feesten. En ik zou uiteraard van de tijd van het jaar gebruikmaken door nog een leuk meisje te scoren om kerstnacht mee door te brengen. 
Maar alles liep anders.
 
In de eerste ronde van het toernooi won ik geheel onverwacht van Roeland Pruijssers. In de eerste 25 zetten werd ik keurig overspeeld, maar er bleek een vleugje overlevingsmentaliteit uit mijn vingers te komen met een dodelijke counter tot gevolg. 
We waren na afloop beiden aardig geschrokken van deze ontwikkelingen en dan zeg je wel eens iets stoms. Doorgaans ben ik een enorme flapuit, maar deze keer was het Roeland die zijn boekje te buiten ging: hij kon pas met deze uitslag leven als ik voor een IM-norm zou gaan.
 
Pats! Recht in mijn gezicht. Een IM-norm halen, erger kan je een vakantieganger niet wensen. 
Toch probeerde ik me het in te beelden: het zou een enorme boost zijn voor mijn ego. Ook zou ik een dreun kunnen uitdelen aan mijn broertje, die al een tijd verwoede pogingen doet om zijn laatste norm te halen. 
 
Ik bedankte Roeland voor zijn mooie compliment, fietste naar huis en besloot die avond er voor te gaan. Voor de negen daaropvolgende dagen was ik veroordeeld tot mijn laptop. Ik sliep met het ding in bed zodat het bij ontwaking meteen open kon worden geklapt. We werden maatjes voor de rest van het toernooi. Ik vergaf het ding zelfs wanneer het weer eens vastliep.
 
De dag erop speelde ik een op het oog kansloze nederlaag tegen Daan Brandenburg, maar in de analyse voelde ik me niet minder. In een vlaag van verstandsverbijstering concludeerde ik daaruit dat elke schaker onder de 2550 per definitie een prutser is. Hoe meer ik me het die avond in bed inpraatte, des te meer ik het echt ging geloven. 
 
En weldra, in de derde ronde won ik van een jonge Indiër met een IM-titel. De eerste 19 zetten waren voorbereid en de rest was techniek. Ik zat definitief op koers.
 
Mijn dagen dit toernooi verschilden niet veel van elkaar. Ik deed bij het opstaan meteen mijn laptop aan, bereidde me tot half een voor en vertrok met gierende bandjes naar de speelzaal. Onderweg sloeg ik bij de Albert Heijn afgeprijsde salades en magnetronmaaltijden in. Halverwege het toernooi, juist voor de partij tegen Werle, raakte mijn vouwfiets onbruikbaar vanwege een lekke band. Vanaf die dag heb ik maar tot twaalf uur kunnen voorbereiden.
 
In de speelzaal probeerde ik me zoveel mogelijk af te zonderen. Voor de partij mediteerde ik altijd een paar minuten, en tijdens de partij probeerde ik constant één met mijzelf te worden. Ik mediteerde op de raarste plekken: naast de kerstboom, in het voetbaldoel en aan lege borden. Gesprekken werden afgekapt met een korte ja of nee, of –als het een open vraag betrof- met een strakke sprint richting mijn bord. Ik was sociaal gestoord geworden en creëerde daarmee mijn eigen uitvoering van Epishin. 
 
(foto gemaakt door Harry Gielen)
 
Na afloop analyseerde ik kort en vertrok daarna ogenblikkelijk weer naar huis. Als ik had gewonnen terroriseerde ik eerst nog wel even de perskamer, waar men gek moet zijn geworden van mijn driftige opsomming van winstvarianten.
 
Na zeven ronden had ik vier punten en lag ik ruim op normkoers. Een uit twee zou voldoende zijn en het was niet de vraag óf maar wanneer ik de vis op het droge zou brengen. Het enige wat nog kon gebeuren was dat ik geen tegenstander zou hebben, bijvoorbeeld als iemand op het laatste moment zich zou terugtrekken. Ik heb er serieus wakker van gelegen.
 
In de achtste ronde speelde ik met zwart tegen Migchiel de Jong. Ik was redelijk vroeg in de speelzaal en voelde me erg ontspannen. Misschien we té ontspannen. 
Na de eerste drie zetten (1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pd4) had ik wat tijd om rond te lopen. Toen viel me op dat er iets vreemds was met de partij Shiven-Romanishin, waar nog geen speler was gearriveerd en de klok op het bord was geplaatst. Enig navragen leerde dat Romanishin zich had teruggetrokken en de veertienjarige Indiër dus geen partij kon spelen. En dat terwijl de Khosla Shiven juist op weg was naar een IM-norm.
 
Waar ik zelf de vorige nacht doodsbenauwd voor was geweest gebeurde bij een jonge Indiër. Toch raakte me het diep. Niet veel later kwam Shiven zelf bij het bord, deed zijn jas uit en zag vervolgens de klok midden op het bord. Met grote ogen keek hij achterom richting de arbiterstafel, vanwaar twee mannen zijn richting op kwamen lopen. 
 
Ik probeerde me van het persoonlijke leed van Shiven af te sluiten met wat meditatie, maar veel hielp het niet. Ik voelde me onrustig en vond dat de kwestie nog opgelost kon worden. Op mijn eigen bord deed ik nog een aantal voorbereide zetten (4.Pxd4 exd4 5.0-0 Lc5 6.Lc4 h5) en liep daarna naar een arbiter en vroeg of Peter Ypma (die een bye had gekregen) niet tegen Shiven kon worden ingedeeld, zodat die nog kans zou hebben op een norm. Het zou worden voorgesteld aan hoofdarbiter Zwanepol.
 
Weer een minuutje mediteren, maar nog steeds die onrust. Terug bij mijn bord had Migchiel 7.De2 gespeeld, een nieuwe zet. Twee minuten lang bekeek ik de stelling en speelde 7...Pe7. Bij het indrukken van de klok voelde ik onraad en spotte het winnende 8.Lxf7. Ik begreep dat deze kans op een norm verloren was gegaan. Had ik maar meer tijd genomen voor de meditatie.
 
Shiven werd al rap daarna ingedeeld tegen Ypma, wat na een lang duel remise werd. Had ik me daar nou zo druk om gemaakt? Ik had een ideale kans op een norm laten liggen door het leed van een Indiër. De sociale Lennart had weer plaats genomen voor die zelfverzekerde ego die ik de voorgaande dagen was geweest. 
Ik mikte er wat alcohol in en nam me voor om nog één keer op te laden voor mijn laatste kans. 
 
De malaise werd die avond nog groter toen ik werd ingedeeld tegen Matthew J. Herman, wiens rating van 2149 mijn gemiddelde tegenstand net iets te laag bracht om een norm te kunnen scoren. Voor Herman (die twee dagen later een FIDE-rating van 2392 kreeg) was mijn rating ook te laag voor zijn laatste norm. Als klap op de vuurpijl werden er vraagtekens gesteld bij de indeling van Shiven tegen Ypma. Die indeling was niet reglementair en dat zou er toe kunnen leiden dat alle normen dit toernooi vervallen.
 
Mijn toernooi eindigde met een spannende partij die ongetwijfeld bol stond van de fouten. Ik verloor die partij en was weer met beide benen op de grond gekomen. Het doel was er niet meer en daarmee verloor de magie haar kracht. Internationaal Meesters werden weer schakers om tegen op te kijken. Om over Russische Grootmeesters maar te zwijgen. 
 
(Foto gemaakt door Sergei Tiviakov, die er als onderschrift bij gaf: Funny Players)
 

     

Recent articles