Patat op de bakkes

Onlangs maakte Lance Armstrong zijn terugkeer in het wielerpeloton bekend. Begin 2009 zal hij in Australië bij de Tour Down Under zijn rentree gaan maken. De beste ronderenner van het laatste decennium borg in 2005 zijn wielerfiets op, nadat hij voor de zevende maal op rij de Tour de France won.

In de jaren die erop volgden was Lance vooral bezig met het schrijven van boeken en promootte hij zijn kankerfonds. In wielerland was het ondertussen hommeles geworden. Vlak voor het begin van de Tour van 2006 werden favorieten Ullrich en Basso van de startlijst gehaald vanwege vermeend dopinggebruik. Floid Landis -een oud-knecht van Armstrong- won de Tour, maar werd later positief bevonden, en zijn eindzege werd hem afgenomen.

Een paar dagen voor eind van de Tour in 2007 werd geletruidrager Michael Rasmussen uit de wedstrijd gehaald. Hij werd er van verdacht zijn verblijfplaats voorafgaand aan de Tour niet juist te hebben doorgegeven, en daarmee een paar dopingtests te hebben omzeild. De jonge Spanjaard Alberto Contador was plots nummer een, en won de Tour.

Het waren spanende Tours, zonder duidelijke leider. Zo groots als Lance was niemand. Die lijn trok zich in 2008 door. De CSC-ploeg van Sastre en de broers Schleck was weliswaar imponerend, maar individueel kwamen die renners allemaal wat te kort. Het was uiteindelijk Sastre die de gelukkigste was.

Lance zag dit allemaal thuis op zijn TVtje gebeuren. Hij zal vast gefrustreerd zijn geweest door het lage niveau van de Tour. De verliezers van vroeger zijn de winnaars van geworden. Het zijn gasten die vroeger blij waren als ze het wiel van Lance hielden. Niemand fietste afgelopen jaren de hoge gemiddeldes die Lance jarenlang reed. Niemand die zo snel de berg op klom.

Ook ik was gefrustreerd. Ik heb dan wel drie heel spannende Tours gezien. Op het puntje van mijn stoel gezeten. Maar topsport heeft helden nodig. En die ontbraken. Wanneer de gelukkige geletruidrager na een bloedstollende ontknoping werd gehuldigd op de Champs-Élysées, had ik steeds het idee dat er een loser op de hoogste trede stond. De winnaar was namelijk niet onsterfelijk. Het was niet de grote sportheld die ongekend had huisgehouden. De winnaars waren niet zoals Lance.

Hoewel Armstrong alles al gewonnen leek te hebben wat er te winnen valt –de wereldtitel, hij overwon kanker en zegevierde zeven maal in de Tour- besloot hij dat het tijd werd voor een laatste doel: nog eenmaal iedereen de patat op zijn bakkes geven. Hij wil voor eens en altijd laten zien wie er de beste is.

Het schaken van nu mist ook een held. Garry Kasparov domineerde twintig jaar lang de toernooilijsten. Won ieder toernooi dat er te winnen was en had een geweldig attractieve speelstijl. Hij was de afgetekende nummer een. Een echte held dus.

In 2005 stopte Kasparov -toen nog steeds nummer 1 van de wereld- zijn bestaan als schaker. De oude garde nam vervolgens zijn stokje over. Zij staan nu op de hoogste trede. De aanstormende talenten moeten nog steeds een hoop bij leren.

Vandaag is het wereldkampioenschap schaken begonnen. Vladimir Kramnik en Vishy Anand hebben beiden onder Kasparov gediend, maar strijden nu om de hoogste troon. Het zal vast een spannend gevecht worden, maar het zal geen dominante wereldkampioen opleveren.

Met weemoed kijk ik terug naar de tijd dat er nog een echte held in het schaken was. Meneer Kasparov, zou u net als Lance Armstrong nog eenmaal iedereen de patat op zijn bakkes willen geven?

     

Recent articles