Mathews Simultaan

Gisteravond vond de jaarlijkse simultaan plaats bij SG Amersfoort. Net als de vorige jaren was de volledig ingeburgerde Engelsman Matthew Sadler de simultaangever. Hij versloeg zevenentwintig man, waaronder mijzelf, en speelde krappe remises tegen René Tonnon en Stukkenjager Bram van den Berg.

Net als vorig jaar speelde Matthew de ene helft van zijn partijen met Wit en de andere met Zwart. Zijn Witrepertoire bestond uit 1.e4 –waarin hij snel afweek van de theorie- en 1.d4, met vroege Pf3 en e3. Met Zwart speelde hij creaties met h6 en a6 als eerste zetten. Het was een mooie avond, die voor mij rond een uur of twee aan de bar eindigde.

Dit artikel gaat niet echt over de partijen zelf, maar over de leuke opmerkingen van Matthew na de partij. Hij analyseerde eerst eventjes met mij –ik was immers nog als laatste bezig-, en daarna besprak hij zijn partij met Bram, die speciaal voor zijn vrienden uit Amerfoort vanuit het verre Tilburg was overgekomen.

Die partij eindigde in een gelijk lopereindspel, waarin Bram twee vrijpionnen had, tegen één van Matthew. Na een tijdje ruilden ze een pion, waarna Matthew zei dat deze stelling mat in 76 was. “Je moet eerst met je Koning naar a8, dan h8 en dan vervolgens naar a1. Zo win je een tempo.” Ik viel bijna van mijn stoel. Ik geloofde er niks van, maar was wel benieuwd hoe hij dit kan weten. “Vroeger heb ik dit eindspel vaak bekeken met Averbakhs boeken. Ik kon die 76 zetten in ongeveer 5 minuten tegen mezelf uitspelen. Ik heb het helaas nog nooit in een partij gekregen.”


Matthew in actie tijdens de simultaan van vorig seizoen

Zulke openheid van een Grootmeester –hij heeft een rating van 2617, en heeft in de Top-100 gestaan- motiveerde me uit om meer dingen aan hem te vragen. Ik vroeg hem over die 1...h6 en 2...a6; waarom die zetten? “Lasker zei ooit dat je eerst je pionnen in het centrum moet zetten, dan de Paarden ontwikkelen, gevolgd door de Lopers. Wat is minder waard dan een pion? Niks! Dus ik doe h6 en a6, misschien gevolgd door iets van g5 en b5, en ga dan pas een pion in het centrum zetten. Ik stel het dus alleen een beetje uit. Ik vind het wel bij de Engelse humor passen. En a6 is vaak nog nuttig ook; h6 wat minder. Het zijn echter geen premoves, er zitten echt ideeën achter.”

Matthew vervolgde: “En als je h6 en a6 speelt, ga je ook heel anders over tempi denken. Ze zijn dan niet meer zo belangrijk, terwijl ze in echte openingen van levensbelang zijn. Het is trouwens niet om theorie te vermijden, gewoon puur voor de ideeën.”

Vervolgens laat Ufuk -die vaak op ICC zit- een Nakumara-systeem zien, met e6 en d6, Pd7 en Pe7. Lopers ontwikkelen op g7 en b7. Dat vind Matthew maar niks. “Je zet namelijk geen pion in het centrum, en dat is tegen de regels van Lasker.” Ook de Leeuw (1...d6 2...Pf6 3...Pbd7 4...e5 vind hij ook maar niks. “Dan is f7 altijd een zwak punt.”

Matthew –die de smaak te pakken had- liet vervolgens openingen van Basman zien. Dat vindt hij geweldig. “Het is jammer dat ik niet eerder ben begonnen met het spelen van a6 en h6. Of het mogelijk is tegen 2600-spelers? Ja hoor”, lachte Matthew. “Weet je trouwens wie goed is in het weggeven van tempi? Ehlvest. Die kan heel goed met een paar tempi minder spelen”, terwijl het de zet 1.e3 laat zien op een bord voor hem.

Dit was mijn kans om hem te vragen over Vincent Rothuis’ capriolen met 1.d3 2.Kd2 3.De1 en 4.Kd1. “Nee, dat is idioot. Op ICC is er iemand die altijd een zwarte stelling probeert te krijgen met een pion op f6 en c6, Koning op d8 en Dame op e8. Dat doet hij via Kf7-e6-d6-c6-c7, De8 en Kd8, of via Da5, Kd8 en Dh5-d8. Maar hij is snel. Hij is snel”, glunderde Matthew.

Opmerkelijk was dat hij de hele avond niks dronk. “Nee, vroeger dronk ik altijd cola tijdens de partij. En als ik nu cola ga drinken, val ik weer helemaal terug in dat schaakritme. Dan ga ik weer drinken en drinken. Alles voor die cafeïne”, aldus de oud-prof. Tegenwoordig  werkt hij voor een bedrijf in Den Haag, en woont in Amersfoort.

Het was een leuke avond, met een gezellige Grootmeester, die achteraf zelfs klaagde dat hij aardig sloom is. De laatste partij eindigde om half een, wat echter een hele verbetering is ten opzichte van vorig jaar, toen hij om half twee eindelijk de laatste hand mocht schudden. Hopelijk volgend jaar weer!

     

Recent articles