Interne competitie BSG

Het denksportcentrum van Bussum ligt er mooi bij. De dikke houten deur staat open, de verwarming is zachtjes aangezet. Het gebouwtje kent twee verdiepingen, waarvan de bovenste wordt gebruikt om te schaken. De onderste in op maandag leeg. Via een krappe trap loop je de clubavond van BSG tegemoet. Het is de club met de rijke historie en de grote mannen. Een mix van schakers die puur voor de gezelligheid komen en de sterkere schakers uit de regio. Ik ben trots daar lid van te zijn.

Alles ademt knus en oud aan de Nieuwe Englaan. De oude muren van steen, het plafond van hout. Het ruikt bruin. Het krakende barretje, die vierkante cafétafels en de nieuwe stoeltjes in oude stijl. Niet echt hip, eerder degelijk en een beetje stoffig. Een donkerrood tapijt siert de grond en op de tafels een donkergroen laken. Het creëert een herfstachtige sfeer.

De speelzaal was al aardig bezet. De jeugd was er nog, en de fanatieke BSG’ers zaten zich al aardig in te schaken. In een hoekje, bij het schilderij van Max Euwe en het plakkaat van de bridgekampioenen, zaten Ewoud en Heinrich Simonian te snelschaken. Ewoud, een achttienjarig talent dat bij de senioren ook al aardig faam heeft gemaakt, had net de prille jeugd les gegeven. Een stenciltje met diagrammen aan de rechterkant van het bord. De klok bij zijn linkerhand. Nors kijkt hij naar de stelling. Het gaat niet naar wens.

Tegenstander Simonian zit zonder enige emotie achter het bord. De Tovenaar van Gyumri -hij komt uit Armenië- weet ieder probleem op te lossen, iedere tegenstander is te verslaan. Zo ook Ewoud.

Simonian praat moeizaam Nederlands, van het niveau Jip en Janneke. Vroeger was hij nog enthousiast jeugdleider van HSG. Hij spreekt ieder jeugdlid aan met Grootmeester, waarbij elk gesprek bij uit maximaal één zin bestaat. Ondanks zijn stille verschijning straalt hij wel veel plezier uit.

Na elke zet van de koelbloedige Simonian lijkt Ewoud zich steeds meer te ergeren aan de stelling. Bij het slaan van de Dame verschijnt er tot overmaat een echte zuurtrek op het speelse gezicht van Ewoud, met zijn rode neus. Voor even schiet er een moment van innerlijke trotsheid door Simonian heen. Hij toont de dame aan het aanwezige publiek “Sterk stuk hè”. Meteen schiet hij weer in zijn concentratie, hoewel die dikke grijns de rest van de partij niet meer van zijn gezicht valt. Verder is zijn houding hetzelfde als die van enkele zetten terug, toen hij nog zeer verdacht stond. Dit in schril contrast met Ewoud, die toen vrolijk om zich heen zat te kijken.

Er volgden nog een paar zetten, waarna Ewoud de klok stil zette. Hij heeft het wel gezien. Winnaar Simonian schiet dan weer even uit zijn slof: “Gaan jullie maar met hem spelen”, wijst hij naar Ewoud. Simonian loopt met een dikke grijns weg.

Het aanmelden voor de interne geschiedt via het zetten van een kruisje op een namenlijst. Er staat al een lange rij bij de indelingstafel. De vooral wat oudere schakers beginnen al aardig ongeduldig te worden. Het is Mevrouw Help die vooraan staat. Kan iemand haar helpen met het kruisje? Naast me stond Frits Teitsma, een spraakzaam lid dat de leeftijd van 70 toch echt al een poosje gepasseerd is. “Ben jij ook nog niet gekruisigd”, vraag hij me lachend. Nog voordat ik wat terug kan zeggen heeft hij zijn fraai gevonden grap al weer aan iemand anders laten horen. Het zal wel een blijvertje worden, die grap.

Wim Roeten was er ook. Geboren op nieuwjaarsdag van 1920, en al sinds mensheugenis lid van BSG. Een kind van de generatie Euwe, die in 1935 wereldkampioen werd. Wim speelde toen alle partijen uit de krant na. Hoewel hij nooit een sterker is geworden, kan zijn waarde voor BSG echt niet worden onderschat. Hij staat bekend als een vrijwilliger puur zang, waar hij in 1992 ook voor is beloond met het Erelidschap van BSG. Tegenwoordig, op 87 jarige leeftijd, is hij nog distributeur van Het Kontakt, BSG’s clubblad. Elke maand stapt hij op zijn motorpet om de blaadjes rond te brengen. Hij gaat dan heel Bussum door, en nog een stukje Naarden. Toen hij de zaal binnenkwam merkte hij me meteen op en pakte een clubblad uit zijn aktetas. Amersfoort is net iets te ver weg voor zijn automatische tweewieler.

Roeten is elke week in hetzelfde pak gehesen. Zijn iets te grote grijsgroene jasje is daarbij het opvallendst, met daarop geknoopt zijn KNSB erespeld, uitgereikt in 2006 wegens zijn vijftig jarig lidmaatschap van BSG. Boven het jasje steekt een ondeugend koppie. De lach is er altijd, het plezier straalt van hem af.

Wim Roeten bij ontvangst KNSB-erespeld

Net voordat de ronde zou beginnen, wilde hij nog even een doos opbergen in de grote kast van BSG. Hij pakte er een trappetje bij, hees zichzelf omhoog en plaatste de doos op de bovenste plank. Met zijn jonge geest wilde hij echter iets te snel naar beneden, vergat een trede en viel bijna van het trapje af. Lenig als hij nog is wist hij zich staande te houden. Met zijn schitteroogjes lachte hij het publiek toe, als een echte acrobaat.

Wedstrijdleider Rik las de indeling voor, waarna iedereen zijn tegenstander opzocht. Er wordt wat bijgepraat, de laatste onderlinge partij wordt nog even besproken. Dit is het moment waarop de bar het drukst bezet is. Vaak duurt dit ritueel tussen de tien en vijftien minuten. De -veelal- oudere schaker is dan nog lekker aan het koffieleuteren, terwijl de serieuze schaker dan al lang de eerste zetten er uit heeft geperst. Het is sowieso altijd erg luidruchtig bij de interne. Reden daarvoor is het barretje in de speelzaal, wat een grote variëteit aan geluiden produceert.

De waterkoker, vaatwasmachine, het rinkelen van schaaltjes en kopjes, iets dat op een airco lijkt, de koelkast, een babbel met de barman. Vooral wanneer iemand een thee besteld is het oppassen geblazen. De waterkoker dateert uit de beginperiode van BSG, en zou alleen al uit een groen oogpunt moeten worden vervangen. In zo’n 30 seconden wordt het water naar een tempratuur van 100°C verwarmd, waarbij het meer geluid produceert dan een gemiddeld espressoapparaat, wat op zijn beurt weer te vergelijken is met de boor van de tandarts. Het wordt eens tijd dat iemand het niet meer pikt. Een harde hand is ook wel iets wat ik mis bij BSG. Het bestuur is oud, peutert in haar neus. Maar dat geheel terzijde.

De partijen begonnen, het werd wat rustiger in de zaal. Zelf speelde ik tegen broer Lars. Henk van der Poel en Emile Wüstefeld speelden voor de bekercompetitie van vorig jaar. Het zal de finale wel zijn. In elk geval wilden ze beiden niet verliezen, wat tot een saaie stelling leidde.

Als eerste was Mevrouw Help klaar. Donner zei het al eens. Ik ga mijn handen daar verder niet aan branden. Wel leuk, vrouwelijk schoon op een schaakclub.
Onder toeziend oog van de foto’s van het oude profteam van BSG speelden De Ruiter en Simonian hun partij. Ook Tom wist geen raad met de ontketende Armeen. Het was gewoon de pure klasse van de oud NK-ganger dat het slechts remise werd. Het remiseaanbod was ook wel raar trouwens. Tom keek Simonan aan en stelde voor remise te doen. Toen Simonian amper een reactie toonde probeerde De Ruiter het nog eens. “Remise hè”, stak zijn hand uit, zo ver als hij kon. Zo werd de arme Simonian wel gedwongen het aan te nemen. Gelukkig was de stelling ook wel remiseachtig, want zulke streken zijn we natuurlijk niet van die alleraardige Tom de Ruiter gewend. Simonian zette keurig de uitslag op zijn notatiebiljetje: Simonian ½, Reuter ½.

Ook de partij van Richard Langbroek tegen Lennart Venema trok mijn aandacht. Venema, een jongen van eind twintig, flapoortjes, met een beetje bouwvakkersuitstraling, maar verder wel heel aardig, stond snel op van zijn plaats, balde zijn vuist en wilde snel naar Jarno lopen. Tegenstander Richard deed meteen een zet, zodat Lennart eigenlijk een rondje om Richard moest lopen. Een seconde na het opstaan zat Venema weer.

Op het bord stond een gewonnen pionneneindspel. Richard leek zich echter van geen kwaad bewust. Keek vrolijk om zich heen, zoals we dat van heb gewend zijn. Het is een raar figuur, die Richard. Hij is vrienden geworden met Dimitri van Leent, toen deze nog bij BSG speelde. Na een jaar verliet Dimi al het Gooi, waarna Richard regelmatig in Amersfoort te zien was. Hij lijkt een beetje niet goed wijs, wat bevestigd wordt als je met hem praat. Hij is wat sloom, heeft een iets kleine wereld, maar komt wel als een aardig en betrokken persoon over. Zijn kledingkeuze is altijd apart, maar wel leuk. Door zijn lange benen heeft hij trouwens inderdaad lange broeken.

Bij mijn weten heeft hij een paar jaar terug een epileptische aanval gekregen onder de douche. Door het warme water is hij verbrand, waarna hij naar het ziekenhuis moest. Sindsdien heb ik hem nooit meer bij Amersfoort gezien. Ik was dan ook wel erg verheugd te zien dat hij nog steeds bij BSG schaakt.

Terug naar de partij. Lennart deed een van de vele winnende zetten, en door de overtuiging waarmee hij die zet uitvoerde wist Richard dat er iets loos was. Langzaam maar zeker begon hij te trillen. Na een tijdje beefde hij gewoon. Een vinger bij zijn mond toonde aan dat zijn handen sneller trilden dan de rest van zijn lichaam. Best eng. Niet later was de partij afgelopen, waarna hij weer de normale Richard was.

Ondertussen was Wim Roeten ook klaar. Hij had simpel gewonnen van Frits Teitsma, die met zijn hoofd nog bij de kruisiging zat. Na de partij merkte Wim om dat hij slecht vijf minuten had gebruikt, terwijl Teitsma nog maar een kwartiertje over had. Vol trots kwam hij het me vertellen. Weer die prachtoogjes, een brede lach op zijn ondeugende gezicht. Dit had hij nog nooit mee gemaakt. Wat een prachtkerel.

Mijn eigen partij ging lange tijd gelijk op, misschien zelfs een pulsje voor mij. Toen Lars het eventjes tactisch ging maken viel ik om. In het voetbal noemen ze dat de individuele klasse van een speler. Toen het voor mij wel duidelijk was dat ik verloren stond, ging ik met Lars even praten, terwijl de partij nog bezig was. We werden echter abrupt in onze conversatie gestoord door een aanstormende Coen van der Heijden.

Coen is ook al zo’n echte BSG’er. Hij speelt al jaren in het eerste team en kan best een aardig persoon zijn, maar is mij steeds overgekomen als iemand die zichzelf wel heel belangrijk vindt. Hij stampt door de zaal heen wanneer hij ziet dat hij aan zet is. Iedereen moet dan voor hem wijken. Als iemand even te hard praat is hij er als eerste bij om orde op zaken te stellen. Een geërgerd gezicht probeert dan vol overgave de stilte te waarborgen. Je hoort hem dan in zichzelf zeuren, een licht wegwerpgebaar met zijn korte armpjes.

In gesprekken met hem is mij altijd opgevallen dat hij vaak vastbesloten is, overtuigt van zijn eigen gelijk. Dat is dan ook de reden dat ik het niet zo op Coen heb. Ik ben nog nooit ergens echt van overtuigd geweest, en kan het niet hebben als iemand niet open staat voor andere meningen.

Toen Coen op ons bord af kwam stormen vroeg hij luid wat we gedaan hadden. Dit was mijn kans om hem terug te pakken. “Ssstt, we zijn nog bezig, dat zie je toch”,, beet ik hem toe. Hij leek meteen op zijn teentjes getrapt, maar had respect voor de situatie. Hij vroeg nog waarom we dan aan het praten waren. Tja, niet iedereen heeft een grote muur om zich heen tijdens een partij.

Henk en Emile speelden remise, waarna een snelschaakpotje een beslissing moest brengen. Na opnieuw een nieuwe remise vonden ze het beiden wel genoeg. Ze gaan volgende week een vervolg geven aan de match. Altijd leuk, die finales.

Rest ons nog Bert Balke tegen Bert Kieboom. Ik kwam kijken in een eindspel van dame plus stuk plus wat pionnen. Bert stond ietsje beter, en had qua tijd ook nog een mooie voorsprong, aangezien Bert nog vijf minuten had. Dat denk ik althans, want het uitlezen van een analoge klok is mij nooit echt geleerd. Na wat gevlugger werd het wel duidelijk dat Bert toch echt behoorlijk beter stond. Grappig is dan dat Bert in tijdnood gewoon meerdere seconden steekt in het noteren van de zetten. Je vlag staat op vallen Bert. Sluwe vos Bert maakte snel progressie, en toen hij afruilde naar een gewonnen pionneneindspel wist de bange Bert nog net op te geven voordat zijn vlag viel. Wat een timing Bert

     

Recent articles