Een bericht vanuit de trein

Nu ik dit schrijf zit ik in de trein naar Enschede. Ik ben Barneveld nog niet gepasseerd. Er is dus nog een lange reis voor de boeg. Zo'n reis duurt anderhalf uur vanuit Amersfoort.

Buiten zie ik veel bos. De bomen vliegen voorbij. Volgen elkaar op. Eens per kwartier komt er een trein tegemoet rijden, op dat ellendig lange spoor dat naast mijn coupé  voorbij raast.

Tijdens zo'n reis lees ik eerst De Pers, het beste gratis dagblad van Nederland. Nadat ik de interessantste artikelen tot mij heb genomen, weet ik mezelf te vermaken door uit het raampje te kijken. Vooral de rails is spannend. Zij beweegt veel sneller dan de bomen die achter de rails staan mooi te zijn. Ze beweegt zo snel dat de houten schotten tussen de twee metalen balken niet zichtbaar zijn. Het is er een waas van planken.

Een leuk spelletje is dan om geconcentreerd naar één positie op de rails uit het raampje te kijken, zodat alles buiten nog sneller beweegt. Als je dan snel met je hoofd draait zal je de losse planken zien liggen.
Is dat hetzelfde verschijnsel als wanneer je met je hoofd richting een klok draait? In de eerste seconde gaat de secondewijzer veel slomer dan de daaropvolgende secondes.

Meestal pak ik bij station Apeldoorn mijn collegeblok uit mijn zwarte vriend, de Eastpak-tas. Ik schrijf dan korte stukjes op het gelinieerde papier. Over de dingen waar ik zelf niet bij betrokken ben, maar die me wel bezig houden. Of over de dingen die ik grappig vond.

Het afgelopen jaar kon ik die verhaaltjes niet meer kwijt op mijn collegeblok. De reis naar Enschede was er namelijk niet meer. Daar zijn uitstapjes naar Amsterdam en Utrecht voor in de plaats gekomen. Opzich is dat niet zo erg. De kortere reis en het niet-schrijven schelen me een hoop tijd. Ik kan ook wel zonder de schrijverij. Het is geen verwerkingsproces of iets dergelijks. Eigenlijk is het alleen om wat creativiteit kwijt te kunnen.

Tijdens een reis naar Amsterdam of Utrecht heb ik ook helemaal niet de drang om te schrijven. Misschien omdat het leven in de randstad drukker is. Of omdat er geen bomen uit het raampje te zien zijn. Of is het doordat er vreemde mensen bij me gaan zitten? Ik houd niet van mensen om me heen als ik schrijf.

Het is geen fase, of tijdelijk iets. Hier in de trein naar Enschede -waar het lekker rustig is- begin ik weer te schrijven. En opeens komt er veel bij mij naar boven. Zoals die dikke man met die lelijke regenjas, die zeker een half uur voor een chique jassenzaak heeft gestaan. Met zijn rug naar de winkel toe, vlak naast de deurpost. Dat is nu eens een levend reclamebord.

Ik denk ook aan die zwerver die dolblij was toen een klein manneke hem een euro gaf in een winkelstraat in het centrum. "Bedankt jongetje. Bedankt. En een goed weekend hè", zei de zwerver met een hoog stemmetje.
Is dat niet diezelfde zwerver die 's avonds met een halfliterblik euroshopper-bier loopt te zeulen? Op zoek naar leuke kleine jongetjes en meisjes, om het gewoon even fijn te hebben.
Het deed me denken aan het outro van De Jeugds Watskeburt?!, waarin Pepijn slechts twintig cent aan een junkie geeft. Meer heb je niet nodig om je fijn te voelen.

Ook de draaiorgel laat mij niet los. Op een zonnige dag stond er een draaiorgel in de stad. Zo eentje met porseleinen poppetjes waar de meest irritante hoge noten uit komen bij de meest onnavolgbare melodietjes. Kinderen zijn er dol op.

Het is gebruikelijk dat de draaiorgelbespeler met een gouden bakje meeklettert met het orgel. Of zo'n iemand veel verdient weet ik niet, maar ik vind het wel een heel makkelijke manier van bijklussen. De beste man hoeft enkel zijn orgel om de zoveel tijd aan te draaien en een beetje aardig te doen. Onaardige draaiorgelaars zullen minder geld verdienen. Iedereen loopt dan met een chagrijnig gezicht door.

Ik denk dat de orgelaar in de stad niet veel zal hebben verdiend die dag. Een dag waarin hij in zijn linkerhand het bakje steevast buiten de melodie mee liet kletsen en in zijn rechterhand een mobiele telefoon stijf tegen zijn oor drukte. Schreeuwend en kletsend stond hij in de drukke winkelstraat. Het doet mij denken aan Hans Teeuwens immitatie van een luie straatmuzikant: "La la la, geld!"

Ondertussen in de trein gestopt bij het eindpunt. Ik heb me aardig vermaakt. Jammer dat ik niet meer over die oude dove man bij BSG kan schrijven. Hij kwam bij de bar en vroeg om een Bitter Light. De barman keek hem raar aan. "Een Bitter Light?" herhaalde hij de dove man. Die bleef voor zich uit staren, terwijl hij met zijn hand door zijn rechterbroekzak maalde. Ik hoorde de muntjes tegen elkaar knetteren.
De barman zei dat Bitter Light niet bestond. En gewone Bitter ook niet. "En een biertje graag", antwoordde de dove man en legde eenzeventig op de toonbank. Een bijdehante dove man had om een Bitter Zero gevraagd.

Volgend schooljaar zal ik weer bijna tweehonderd keer op en neer naar Enschede gaan. Hoewel mijn leven dan drukker zal zijn als ooit tevoren, zal ik de rust en plezier kunnen vinden in de trein. Van Amersfoort naar Enschede, een prachtroute.

      

Recent articles

Blijf omkijken - 3 October 2012

Ben jij er al uit? - 4 October 2010

Reactie op een column - 7 April 2010

Vingeren of stoppen - 10 February 2010

Hoe veilig is muziek? - 14 January 2010