De regel van Bosboom

Eindelijk gaf hij dan op. “Gefeliciteerd Lennart.” Hij gaf een normale hand en leek niet heel teleurgesteld meer. Nadat ik een Dame had gewonnen, speelde Jan Prins nog twaalf zetten verder. Het maakte mij niet veel uit, hij zal het vast als een hel hebben ervaren.. We ondertekenden het wedstrijdformulier, zetten de stukken in de beginstelling. Ik vind het altijd lastig, het moment na een eenvoudige overwinning. Jan was de eerste dief de stilte onderbrak. “Na paard keer ee zes had ik waarschijnlijk opgegeven”, vertrouwde hij me toe. “Volgens mij is het niet goed, je houdt een paard tegen twee pionnen over”, zei ik. Ik had er goed naar gekeken, en dacht niks gevonden te hebben. Prins zei nog dat hij iets héél erg fout deed in de opening, en die mening deelde ik. Als slaan op e6 al na 12 zetten een goede optie is, dan is de Caro-Kann aardig mislukt. Richard Vedder zou in die situatie niet hebben nagedacht. Meteen rammen; hij heeft een voorliefde voor afgestrafte Caro-Kannen. Tijdens het jaarlijkse Eemland Kampioenschap deelt hij altijd een paling uit –als rondeprijs- aan degene die een Caro-Kann succesvol heeft weggeblazen.

Toen ik de speelzaal uitliep was Peter Drost nog aan het analyseren. Hij had verloren van Jacco Vonk, een hakker. Hij stond de hele partij al slecht en verloor daardoor, een pijnlijk verhaal. Peter merkte op dat ik als hoogste was geëindigd van het kwartet BSG-ers. Met 4,5 punt, en een TPR van 2172, zal ik toch niet uit BSG 2 worden gegooid? Vanaf de volgende wedstrijd –aanstaande zaterdag tegen BDC- zal er een IM meespelen in het team, misschien is dat dan eindelijk dé redding. Het zal wel betekenen dat er iemand uit het team zal worden gebonjourd. De strijd om de vrije zaterdag zal gaan tussen BSG-coryfee Theo Slisser en mijzelf, een newbee. Onze prestaties zijn verre van acceptabel. Theo scoorde een halfje en ik kwam één keer vaker tot puntendeling, maar had daartoe wel een kans meer gehad.

Peter probeerde me ervan te overtuigen dat ik het niet moest pikken als ik de klos zou zijn, hij zou dan ook in opstand komen. We gniffelden dan ook bij de gedachte van een SOPSWEPS 2. Het is een aardig gebaar van Peter, maar van binnen weet ik dat het misschien wel terecht zou zijn als ik voor één keer uit het team zou worden gezet. In opstand komen heeft trouwens helemaal geen zin, ik wil ooit voor BSG 1 spelen, en niet al na één seizoen vertrekken uit het Gooi.

Peter ging weer verder analyseren, waarna ik maar een lekker biertje bestelde bij de nog lekkerdere barvrouw; die hebben we in Amersfoort niet. Robin van Kampen zat in een hoekje met zijn moeder, ik heb geen tranen gezien. Marijn Otte is kampioen geworden door in de laatste ronde Robin makkelijk op remise te houden. Het verwende kind koos voor een rustige Taimanov, waar een koningsgambiet of een Najdorf een betere keus geweest zou zijn. Met Wit kreeg Marijn geen kans om fouten te maken. Op de overwinning van Marijn is overigens weinig af te dingen, hij scoorde gewoon de meeste punten en verloor bovendien niet. Robin komt er natuurlijk nog wel. Dat hij nu al tweede wordt is een groot compliment naar de trainers die hij in de afgelopen jaren heeft gehad, met Pascal voorop. De komende jaren worden cruciaal voor de rest van de carrière van de twaalf jarige toekomstig speler van HSG 2. Hij zal de komende jaren steeds meer verleidingen tegenkomen, en zou zeer gemotiveerd bezig moeten blijven met het spelletje. Ik acht hem een toekomst als IM of zelfs GM, maar ik hoop voor hem dat hij geen professional wordt, hij zou vast wel een leukere baan kunnen vinden.

Terugkomend in de speelzaal kwam ik tot de ontdekking dat enkel de laagste borden nog bezig zijn, de top is al klaar. Anton Rossmuller had een Botwinnik op het bord. Om in de hoofdvariant te geraken had hij een half uur nagedacht, terwijl zijn tegenstander drie kwartier investeerde in die bekende eerste 15 zetten. Anton koos voor 15...Lh6!? en na 16.f4?! alsnog voor 16...b4. Die oude knarren kunnen geen theorie onthouden, maar hebben wel de ballen om de moeilijkst denkbare opening te spelen. Even verderop stond Lars een pion achter tegen zijn clubgenoot, die met Wit de Zwarte eer hoog moest houden. Jesper stond heel lekker tegen Van Oosterom, de man die bewijst dat kale plekken op het hoofd én een paardenstaart erg charmant kan staan. Jan Jaap Janse schoot tijdens zijn partij opeens in de lach, eentje die me moet denken aan Ernie van Sesamstraat. Aan zijn stelling was weinig lachwekkends te zien, zijn tegenstander snapte het ook niet helemaal. Lachkont Rosmuller was meteen ter plaatsen.

Na wat te hebben rondgehangen was eindelijk de partij van Rosmuller klaar. Hij dacht een Paard over te houden, maar had een logische zet van Muis gemist. De matdreiging van de Soestenaar achter de Witte stukken was sterk, waarna een eeuwig schaak uitkomst bood. De jonge God, met het warrige grijze haar, begon na de partij opeens aandacht te trekken. Met “godverdomme, godverdomme”, en even later voor het wat krachterige “Kut, Kut”, kreeg hij alle neuzen in de speelzaal te zien.

Het was dus tijd om de analyse bij te wonen. Alsof de duvel –en zelfs de duivel- er mee speelt, of natuurlijk dankzij een tip op USF, kwam Xander binnen. We hadden dus de perfecte ingrediënten voor een mooi spektakel: een geweldige stelling, een goede schaker, wat Utrechters –niet te verwarren met Utrechtenaren- en Rossmuller. Ik zocht ook meteen de barvrouw weer op. Tijdens de analyse werd het duidelijk waarom Rossmuller zo lang nadacht in de opening. In de eerste ronde van de externe had hij ook deze opening op het bord gehad, maar dan met Wit. Zijn tegenstander koos toen ook voor 15...Lh6, en Anton ging toen zelf de mist in met 16.f4?!. Je zou dus denken dat hij deze ervaring zou kunnen benutten voor deze partij, maar niks bleek minder waar. Xander, en ook Robin –die er ook bij ging staan-, moesten uitleggen waarom een dame beter staat op b6 dan op c7. Ook de zet van Euwe –aldus Rosmuller, die later ook Uhlman en de computer erbij haalde-, het krankzinnige 11.Df3, moest ontkracht worden. Rosmuller kreeg later de lachers op zijn hand door in een bepaalde stelling Db6-a6 voor te stellen, en na a2-a3 gewoon Da6-b5 te spelen, met het idee van a7-a5. Het tempo-verliezende Db6-a6 moest a3 uitlokken. Xander merkte op dat Rosmuller niet zo moeilijk moest denken, gewoon normale zetten doen. “Maar ik moet toch nadenken?”, verzuchte Anton. “Had je niet over het weer kunnen nadenken? Als je makkelijk zou denken, had je zo 200 punten erbij gehad.”, verweet de webmaster van Utrechtschaak hem. Het was een tip waar ik wel wat mee kan. Ik vraag me al tijden af waarom het weer tegenwoordig zo raar is, maar dat de natte sneeuw en bliksem van vandaag onder het kopje maartse buiten vallen. Op het bord werden nog een peer geweldige varianten gekwakt. Wat is die Botwinnik variant van het semi-slavisch toch zo rijk bezet.

Na een tijdje hadden we een eindspel op het bord waarin zwart een dubbele c-pion had, een Koning die daar dicht bij in de buurt dwaalde en de Toren op e2 hield de Witte Koning in bedwang. Wit had nog een Toren op de eerste rij, en een g- en h-pion. Ook dit eindspel was fascinerend, en werd leuk uitgeanalyseerd. Xander toonde nog eens aan waarom hij van meestersterkte is. Niet alleen speelde hij het eindspel heel goed, maar hij kwam ook met een paar leuke regeltjes. Een logische is dat één pion sneller loopt dan drie pionnen. Maar dat hij met de Regel van Bosboom op de proppen kwam, verbaasde mij. Hoewel Michiel Blok zich afvroeg of we die wil wilden weten, floepte Wemmers het er toch uit.

Regel van Bosboom:
De h-pion loopt sneller dan de a-pion.

Ondertussen bleek iedereen klaar te zijn. Jep had gewonnen van de man die vanmiddag in de bus naar mij en Lars wees, met de toelichting “één van hen”, nadat hem was gevraagd tegen wie hij moest. Jesper had een mooie score van 50%, en mag dus volgend jaar weer meedoen. Lars had verloren, hij bralde dat hij voor de winst wilde spelen, terwijl hij een remiseweg zag. Zijn toernooi is teleurstellend verlopen, een kwestie van te weinig zien. Jesper merkte daarom op dat Lars misschien wel een bril voor zijn olijke oogjes moest plaatsen.

Vlotjes werden we gedirigeerd naar de speelzaal, alwaar de prijsuitreiking moest plaats vinden. Eenmaal aangekomen vertelde de voorzitter van de SGS dat de lijn volgend jaar wordt doorgezet, met dus weer een PK in Utrecht, maar wel met sterkere spelers. Als eerste werden ik en Van der Tuuk naar voren geroepen, met de mededeling dat we gedeeld vierde waren geworden. Ik bedankte Marc Jongerius (rating van 1608) voor de organisatie, en schudde de voorzitter ook de hand. We kregen geen enveloppe –met zevenendertig euro vijftig-, het geld werd overgeboekt. Het was een onpersoonlijke vertoning, met een klein beetje extra moeite heeft iedereen zijn geld. Dan had ook die leuke barvrouw wat extra centjes tegemoet kunnen zien. Ik ben er nog niet helemaal over uit, wat ik met hel geld ga doen. Misschien betaal ik er schaakboeken mee, die ik laats heb besteld. Het kan ook zijn dat het geld wordt besteed aan nieuwe oordopjes voor mijn mp3-speler. Terug naar de uitijking. Jacco Vonk en Robin van Kampen werden tweede, ik gaf Robin maar een gemeend schouderklopje, het was toch een goede prestatie van hem. De kampioen was al weg, hij moest het vliegtuig naar de Interzonale in Malta nog halen.

Na afloop nog even zitten praten met Peter en Jesper. Ze vonden het zo raar, dat je één uit zes kan scoren in de derde klasse KNSB, en dan zo even vierde kan worden op het PK. Ik moet zeggen dat ik het ook niet snap. Het lastige is dat ik zelf geen idee heb wat mijn speelsterkte is. Vóór afgelopen weekend dacht ik dat ik nog ergens tussen de achttien en negentienhonderd behoorde, maar na een weekend met 2.5 uit 3 tegen gemiddeld 2074, denk ik daar dan weer heel anders over. Het lijkt me dan ook niet goed om primair naar ratings en resultaten te kijken. Ik ben het dan ook volledig eens met de volgende citaat, uitgesproken na de vraag waarom AZ het Europees zo goed doet.

Resultaat is sterk onderhevig aan geluk.
Hans Kraay (sr.)

Tot slot laat ik voor jullie nog een opgave achter. In de volgende stelling speelde Zwart 12...Pd7. De vraag is of Wit het zich kan permitteren om 13.Pxe6 te spelen. Het fragment stamt uit Lennart Ootes – Jan Prins, SGS PK 2007 (7). Ik speelde 13.c4, en na 13...Pxf4 14.Lxf4 Le7 15.d5 cxd5 16.cxd5 e5 17.Le3 0-0 18.Pf5 Lf6 19.g4, had Wit een geweldige stelling. Jullie kunnen de oplossingen, onder een te achterhalen naam, plaatsen als reactie op dit bericht.

     

Recent articles