Bij de radio

Zaterdag -8 december- werd het jeugdteam van SG Amersfoort kampioen in haar promotieklasse. Met de meesterklasse volgend jaar in het verschiet, wilde een lokaal radiostation wel wat meer over ons te weten komen. Met Jeroen, Jeanine en jeugdleider Peter trokken we maandagavond naar de studio’s van Omroep Amersfoort. Lars bleef thuis, hij had schoolwerk te doen.

Rond een uur of half acht stond ik bij De Cloetjes op de stoep. Ik was daar voor het eerst, aan de Van Lunterenstraat. Het handige Google Earth had me gelukkig de juiste weg gewezen. Na de lange brug over het meertje naar rechts, eerste links en dan de derde rechts. Nummer zevenentwintig is de tweede in het blok.

Binnen was de kerstboom al opgetuigd. Peter Sonder zat in een stoel aan de koffie. Het hele gezinnetje stond rond de tafel. De boekenkast naast mij was voor een klein gedeelte gevuld met schaakboeken. Voornamelijk Nederlandse. Er zaten vijf woordenboeken in, wat foto’s en leesboeken.

Na even gepraat te hebben –welke radiozender is het ook al weer en waar is het in godsnaam?- stapten we in de auto van Peter. In een minuutje of tien was de bestemming bereikt, aldus een Belgische stem van de Tom Tom. Opeens stonden we midden in een bedrijventerrein, tussen een communicatiebedrijf en een psychologencentrum. De studio zag er uit als een normaal gebouw. Boven brandde licht, beneden was het donker. Alleen een zwarte bestelbus met het logo van Omroep Amersfoort verraadde wat er binnen gaande hoort te zijn.

Toen Peter aanbelde -het was ondertussen kwart voor acht- bleek er niemand in het pand aanwezig te zijn. We grapten alvast over slechte secretaresses die de deur niet open konden doen en over een presentator die van schaken enkel die honderd velden en die platte schijven kent. Slaan gaat voor.

Tien voor acht. Er kwam eindelijk wat leven in de brouwerij. Een lange, wat kalende man stapte zijn auto uit, keek ons een beetje raar aan, en opende de voordeur met een sleutel. Peter ontstopte de spanningboog door zich voor te stellen. De man stelde zich vervolgens voor als de geluidsman, verwelkomde ons en bood ons wat te drinken aan. Een kopje thee graag.

De geluidsman tapte wat water uit de oude koffiemachine, pakte een theezakje –met zijn handen pakte hij dus het zakje-  en stopte het in mijn thee. Het hete vloeisel overstroomde. De koffie voor Peter ging goed, maar de chocomel voor de kids kwam er niet van. Een klein laagje cacaopoeder, meer niet. Zo is dat bij ons op het werk ook, op maandagochtend.

De geluidsman –geef mij die beat t’rug-  vertelde dat de meeste uitzendingen niet live zijn. Die worden eerder opgenomen. Nu is er ook een uitzending bezig. Het gaat de hele dag door. Vooral automatische piloot dus, maar wij zouden live te horen zijn.

Het was ondertussen één voor acht. De uitzending zou zo beginnen. Zonder presentator, leek het. De geluidstechnicus was echter totaal niet in paniek. En terecht, want om stipt acht uur kwam de presentator binnen. “Ja, als je altijd op tijd bent, gaan ze op je rekenen. Dan kan je beter te laat komen.”, aldus een wat oudere man. Tegen de zestig schat ik.


Jouke Sjaardema

Hij liep naar een kamertje waar de studio was gehuisvest. Het zag er best klein uit, wat voornamelijk kwam door de twee tafels die erin zaten. Aan een van die tafels gingen we zitten. De presentator op zijn presentatorenstoel, ik d’r naast, op een stoel die net in de machinekamer was gevonden. Zodoende hadden we net genoeg stoelen, er stonden immers al vier stoelen in de studio. Op de tafel stonden drie microfoons op een statief en vier hoofdtelefoons. Op de andere tafel lag trouwens een jas. Mijn lege plastic bekertje paste er nog net op. Net zoals wij er met zijn vijven nog net in de studio pasten.

Door een glasplaat zagen we de geluidsman, die vrolijk zat te genieten van de oerhollandse deuntjes die ook door mijn hoofdtelefoon schalde. Het was de enige hoofdtelefoon die het deed. De presentator, die zich had voorgesteld als Jouke Sjaardema, had zijn eigen hoofdtelefoon maar meegenomen. Eentje die in iedere speelgoedwinkel te vinden zal zijn, denk ik. De microfoons werden getest, waarna bleek dat er één kapot was.

Ondertussen was de plaat afgelopen en begon de uitzending. Jouke begon zijn inleiding. “Het was van het weekend nat op het veld en er was geen waterpolo, maar we hebben wel een kampioen. Het jeugdteam van Schaakgenootschap Amersfoort is eerste geworden in de promotieklasse. Ze zijn hier vandaag. Maar eerst Nederlandse muziek.”

De muziek werd gestart, de hoofdstelefoon af. Jouke schreef onze namen op en begon een praatje. Of we wel eens eerder op de radio zijn geweest? Alleen Peter, als schadeletselspecialist bij de Golfbreker, een andere Amersfoortse radiozender. Jouke vertelde dat hij ook voor die zender werkt, en dat consumentenprogramma op de Golfbreker ook wel eens presenteert. Dat is opvallend, want Omroep Amersfoort en Golfbreker zijn niet de beste maatjes.

Overigens zit Omroep Amersfoort in slecht vaarwater. Het is al jaren dé Amersfoortse TV- en radiozender, maar er is kans dat het haar TV-licentie kwijt raakt. Eemland TV zou die dan krijgen. Omroep Amersfoort heeft laatst de licentie toegewezen gekregen, maar dat Eemland TV is tegen die beslissing in beroep gegaan. De details weet ik er niet van, maar de zaak ligt nu bij het Hooggerechtshof, de hoogste rechter van Nederland. Onderwerp van discussie zal onder andere de kwart miljoen euro zijn, die opeens is kwijt geraakt bij Omroep Amersfoort. Niemand weet waar het gebleven is.

Hierdoor heeft Omroep Amersfoort geen geld voor nieuw apparatuur, zoals microfoons en hoofdtelefoons. Mijn koptelefoon bleek zes euro vijfenzeventig te kosten, bij de Actie; maar ze gaan voortdurend kapot. “Maar ach, laten we het over schaken hebben”, zei Jouke, waarop Peter scherp reageerde “Nee, er is veel geld weg, daar gaan we het over hebben.”

De uitzending ging verder. Jouke vroeg Peter diens inbreng in het kampioenschap. “Nou, zo goed als niks. Ik regel de zaken een beetje, maar eigenlijk heb ik dat ook uitbesteed”, antwoordde Peter vrolijk. Hij praatte de boel nog een beetje aan elkaar, waarna Jeroen wat mocht vertellen over zijn partij. Jouke vroeg hem of hij zijn tegenstander van te voren kende. Jeroen, voorovergebogen in zijn stoel, bleef zo’n 25 cm van de microfoon vandaan, zodat hij nogal zacht te horen was. Een echte verteller is het ook niet, want de antwoorden waren kort en toonden geen gevoel voor enthousiasme. Dat komt later natuurlijk wel weer goed, als hij ouder is.

Vervolgens vuurde Jouke diezelfde vraag op mij af. Ik kon mijn tegenstanders wel, had er een paar partijen van gezien. “Denk je dat jouw tegenstanders iets over jou wisten”, vroeg Jouke. Ik wist het niet en vertelde maar dat de opening best goed ging, dus ze hadden vast niet op mij voorbereidt. Toen Jouke mij vroeg of het een groot voordeel is als je voorbereidt, kwam ik een beetje los. Ik zei wat over zelfvertrouwen en maakte een kromme vergelijking over voetbal, die de zaak nog onduidelijker maakte.
 
Opeens kwam Jouke met John van der Wiel op de proppen, die de grote Karpov bijstond tijdens diens hoogtijdagen. Waarom zou Karpov, of een Tikikov, een jonge en minder sterke schaker in dienst nemen? Ik legde even uit wie John is, en ik schetste hem af als iemand van twintig jaar, vol met creativiteit, die de oude Karpov nieuwe openingsideeën gaf. Jouke was blij met dat antwoord, waarna de volgende Nederlandstalige kraker werd ingezet.

Het was Meisjes met rode haren, van de zojuist overleden Arne Jansen. Jouke zei dat ‘ie helemaal gek werd van die Nederlandse muziek. “Maarja, het moet hé, beslist vanuit Utrecht”. Peter vroeg zich daarna af hoeveel mensen nu zouden luisteren. Het was kwart over acht, GTST is bezig, ook andere TV-programma’s trekken veel bekijks. Dat is natuurlijk geen goede timing voor een klein radiostation. “Het is maar goed dat we niet weten hoe veel mensen er nu luisteren. Het is een regel dat iedere beller naar de studio garant staat voor drieduizend luisteraars. Dat is het landelijk gemiddelde. Maar wij krijgen nooit een beller.”

De uitzending begon weer, en nu was Jeanine aan de beurt. Ze vertelde wat over haar Nederlandse titels en dat ze in 2008 graag weer zou willen winnen. Jouke vroeg haar of ze ooit een Nederlands Kampioenschap zal spelen bij de Dames. Die kans leek haar niet zo groot. Ze dacht eerder dat ik zo ver zou kunnen komen. Dat is natuurlijk volkomen uit de lucht gegrepen. Ik durfde daar ook niks op te zeggen. Jammer trouwens dat Lars en niet bij was, anders had hij lekker kunnen praten over zijn IM-scalps. Jeanine kan overigens goed praten. Dat viel me de dag ervoor ook al op, toen ze op een training met Piet Peelen de sterke punten van mij, Lars en Tobias Kabos moest vertellen. Ze neemt de tijd en zegt dan op een serieuze toon verstandige dingen.

Vervolgens vroeg Jouke aan Peter hoeveel meesterklasses er eigenlijk zijn. De vraag werd meteen aan mij overgelaten. Ik legde het systeem van de jeugdclubcompetitie uit, waarbij ik soms wel een stap vergat. Zo wilde Jouke wel weten waarom alle partijen centraal worden gespeeld. Ik vond het ook wel een beetje raar, maar schakelde meteen over naar de Drietand, waar volgend seizoen de meesterklasse wordt gehouden. Veel deed het Jouke niet. Zou hij het wel hebben gehoord?

Waarschijnlijk niet, want hij begon daarna over de Amersfoortse Damvereniging en nog een bridgevereniging, die geen eigen denksportcentrum hebben, net als SG Amersfoort. Zou de schaakclub niet een eigen clublokaal willen? Ik vertelde over En Passant, dat een eigen gebouw heeft, maar voegde er aan toe dat ik dat niet bij Amersfoort zie gebeuren. Bovendien vond ik de Drietand wel mooi –het gebouw staat er pas een jaar of zes- en concludeerde dat een nieuw gebouw niet nodig is. Toch was Jouke niet blij met dat antwoord, zei dat ik het kwartje nog niet heb horen vallen, en schakelde over naar Peter.

Jouke vroeg hem over dat ene nieuwe initiatief –waar ik de naam niet meer weet, maar waar ik in elk geval nog nooit van heb gehoord- en wat er beter aan is ten opzichte van ons huidig onderkomen. Peter vertelde dat het een diepe wens is om een mooi gebouw te hebben met meerdere zalen, en ook grote zalen. Jouke zei dat de damvereniging een gebouw tussen Baarn en Soest wilde gaan gebruiken; of wij daar niet in zouden willen schaken? “Als daar een bordje met Amersfoort neer wordt gezet, zouden wij er graag heen willen gaan ja”, grapte Peter. We lachten, en de muziek werd gestart.

Achteraf vertelde Peter dat hij niet hoopt dat veel mensen dit interview te horen krijgen. SG Amersfoort is namelijk heel blij met de Drietand, met haar meerdere grote zalen. Hij had geen idee waar Jouke het over had, maar vond het gewoon leuk om gewoon wat te lullen. Het gaat erom dat je wat zegt. Wat je zegt is niet heel belangrijk.

Tijdens weer zo’n Nederlandse kneiter van een hit vertelde Jouke dat hij van iedere sport houdt. Hij presenteert elke zaterdagmiddag een sportprogramma op Omroep Amersfoort, waar hij veel sporten voorbij laat gaan. Toch zijn voetbal, badminton en waterpolo de hoofdonderwerpen. Toen hij begon met het sportprogramma wilde hij de uitzending niet beginnen met voetbal, maar na een paar weken bleek dat veel mensen er niet mee eens waren. Voetbal komt gewoon weer als eerste aan bod.

Vroeger had Jouke elke week contact met Gunie du Chatinier, die toen voorzitter van SG Amersfoort was. Het contact stopte echter abrupt toen Gunie voorzitter af was. Dat vond Jouke niet zo prettig, omdat er niet veel verschillende sporten zijn die een praatje willen maken in de studio. Peter zag de ernst van de situatie in, en kwam met het subtiele “Ach, die Gunie hoeken we vrijdag wel even”. De sfeer zat er nog goed in.

De redactie van het sportprogramma benadert overigens de sportverenigingen niet; die moeten zichzelf aanbieden. Zo heeft de huidige voorzitter Martijn Jansen dat ook gedaan. Nu komt hij elke zaterdag om 16.15 uur live in de uitzending, om te praten over de schaakclub. Zo zorg je ervoor dat de club onder de aandacht komt van de luisteraar, waardoor het ledenaantal kan groeien. Overigens blijken er op zaterdagmiddag wel mensen te bellen naar de studio.

De plaat was weer afgelopen en de uitzending begon weer. Iedereen kreeg nog een vraag. Peter onthulde het nieuwtje dat de meesterklasse volgend seizoen in Amersfoort gaat spelen. Jouke vond dat geweldig om te horen. Waarschijnlijk had hij het niet uit mijn woord gehoord; of vond hij het toen voor de luisteraar te verwarrend om erop in te gaan?

Aan mij vroeg hij of ik wel eens een nieuwtje had gevonden in een stelling. Ik vond het jammer dat het schaken werd afgeschilderd als een denksport waar de opening erg belangrijk zijn. Liever had ik gesproken over de gekker figuren die de schaaksport rijk is. Toch beantwoorde ik de vraag. Ik had nooit zelf een nieuwtje gevonden, maar wel eens met een computer. Maarja, soms is dat pas op zet twintig. “En kan je dat allemaal onthouden?” vroeg Jouke. “Nee, vaak niet. Maar grootmeesters vergeten soms ook wel eens hun voorbereiding. Er zit gewoon een limiet op het menselijk brein.”, antwoordde ik vrolijk. Dat is natuurlijk kantklare onzin, maargoed, lekker makkelijke antwoorden geven en de schaaksport een beetje populariseren, dat zijn toch wel de hoofdtaken van deze avond.

Vervolgens vroeg de gek nog wat ik vond van schaken op mobieltjes. Omdat ik links naast hem zat en de microfoon aan mijn linkerkant stond, kon ik hem niet vragend aankijken, hoewel ik dat wel graag had gewild. Ik begon daarom maar over Willem Moene. Dat hij zijn stelling op een mobiel bekeek, tijdens de partij. En dat hij daarvoor twee en een half jaar geschorst is. “Het is een bedreiging voor de schaaksport”, voegde ik er nog wijselijk aan toe. De laatste plaat werd ingestart.

Na die plaat waarschuwde de geluidsman, die zich overigens prettig had vermaakt met de muziek, dat er nog twee minuten over waren voor de afkondiging. Dat vond ik raar, aangezien die klok boven ons op kwart voor tien stond. Het duurde even voordat ik realiseerde dat niemand een nieuwe batterij in dat ding had gedaan.

Tijdens de afkondiging vertelde Peter heel even over de SportKei 2007, een Amersfoortse prijs voor de beste sportvereniging. Onze schaakclub strijdt met drie andere clubs om de titel. “De winnaar lijkt me nu wel duidelijk, vooral na dit succes bij de jeugd”. Presentator Jouke sloot vervolgens de uitzending af, waarna de ster werd ingeschakeld. Het zat erop.

Vervolgens hebben we de uitzending nog even besproken. Ik was best blij met de hoeveelheid dat ik had gesproken. Natuurlijk zei ik veel dingen verkeerd, maar dat vond ik niet heel erg. Ik vond wel dat ik soms iets te stoer praatte. Niet qua stem, maar met wat ik zei. Jouke zei nog dat hij het programma had opgenomen, zodat we het later nog zouden kunnen terugluisteren.
Ook werd door Peter nog even duidelijk gemaakt dat ik de clubkampioen ben van Amersfoort. Dat wist de presentator niet. Waarschijnlijk dacht hij dat Peter ons les geeft. Als Jouke nou even wat eerder naar de studio was gekomen, hadden we wat meer kunnen voorbereiden op het gesprek, waardoor leukere onderwerpen aan bod konden komen. Vandaag hebben we eigenlijk bijna niks over ons kampioenschap gezegd.

Toch was het een hele leuke ervaring. We hebben contacten gelegd met Jouke, zodat er misschien een TV-ploeg naar de Meesterklasse zal komen, en eventueel nieuwe interviews voor de radio. Zelf heb ik veel geleerd over het geven van een schaakinterview aan een leek, hoewel Jouke zeker wel wat over het schaken wist. Daarnaast was het geweldig om even in een studio te zijn, waar wij zelfs onderwerp van gesprek waren. Ik voelde me nu eindelijk een beetje kampioen. Heel leuk!

     

Recent articles